Dikke vlokken sneeuw vallen traag uit de hemel. De straat en bomen zien wit. Onder mijn raam wordt een auto sneeuwvrij gemaakt.
Het is de eerste maandag na de kerstvakantie. Mijn kinderen zijn nog vrij van school, en ik daardoor van werk. Terwijl ik dat eerder hoogst onpraktisch vond, ben ik nu dankbaar voor deze zo zelden goed getimede studiedag.
Sowieso is het eigenlijk een gekke tijd om vol goede moed en voornemens weer van start te gaan, zo hartje winter, wanneer alles om ons heen in diepe rust is. Als er iets tegen-natuurlijk is, dan is dit het wel. Wij zijn ten slotte net zo goed onderdeel van.
De deken van sneeuw op de straten en boomtakken heeft een dempende werking op het geluid om me heen. Het is stiller. Mijn jongste en ik besluiten op de stoep een sneeuwpop te maken, die nu geduldig wacht op oogjes en een neus.
Laatst stond ik stil bij de vraag of ik goede voornemens had. En hoewel ik heus wel wat kon bedenken, kon ik het nog niet ‘voelen’. Dat begint meestal pas langzaamaan rond de tijd dat de eerste sneeuwklokjes hun kopje opsteken.
Een verheugd gevoel bekruipt me dan, ook al is dat nog niet verbonden met iets concreets. Grappig genoeg komen er dan ook vaak andere, soms onverwachte dingen naar de oppervlakte dan wat ik eerder had bedacht met die goede voornemens. Ik houd van dat seizoen, vooral dat in mij.
Er moet natuurlijk brood op de plank, dus ook voor mij geldt dat ik vanaf morgen alsnog in de versnelling ga. En met een solo weekend Madrid in het verschiet, ter voorbereiding van de ‘Stories in the City’ -trip, zal er ongetwijfeld en geheel tegennatuurlijk toch al het een en ander gaan borrelen en bruisen.
Maar voor nu kijk ik opnieuw uit het raam, is de donkerte weer terug en vallen dikke vlokken sneeuw opnieuw traag uit de hemel.

