Zonnestralen schijnen door het frisgroene blad en tekenen schaduwvormpjes op de straatstenen eronder. Een zachte bries kietelt het jonge gewas liefkozend. Iets verderop snerpt een parkiet die zich verdekt in een boom heeft opgesteld.
Het geluid van slippers klinkt onder mij, voor het eerst dit jaar. Het brengt een zweem van vrijheidsgevoel met zich mee. Mijn bleke voeten weliswaar wat onwennig zoekend naar houvast, met nog ongelakte nagels aan mijn tenen. So be it.
Met een boodschappentas zwierend aan mijn hand wandel ik de straat uit. Wanneer ik de trattoria van iets verderop nader, stappen net twee Italianen naar buiten. Ze wisselen een sigaret uit, druk kletsend in hun moedertaal. Ze zullen niet veel ouder dan begin dertig zijn.
Dan kijkt een van hen op, zich plots bewust van een naderende passant. Ik vermoed dat hij de oudste is van de twee. De langste is hij in ieder geval, met zwarte haren, grote donkere ogen en wimpers om jaloers op te zijn.
Sans gêne kijkt hij me aan, vriendelijk met iets stouts, terwijl hij zijn sigaret aansteekt. Voor een seconde voel ik me naakt en uit mijn moederrol gerukt, waar ik sinds de tweede vakantieweek weer in verkeer. Maar ik besluit zijn uitdaging te beantwoorden.
Al passerende blijven we elkaar aankijken. Mijn hartslag versnelt en ik vraag me af of daar iets van te zien is. Dan, voor even, voel ik me betrapt. Niet door hem, maar door - wie weet - een onopgemerkte getuige van mijn ‘gedrag’.
“Foei”, grinnik ik in mezelf, wetende dat de good girl in mij met alle liefde even opzij stapt. Dan wenst hij me een goede middag, in een dik Italiaans accent.
🌱
